• Jorinde

De tafel


Mijn hoofd lijkt uit elkaar te barsten. Met een warme sjaal om mijn nek probeer ik de strakke spieren in mijn nek en schouders te ontspannen. Het helpt een beetje. Zondagochtend. Het lijkt slechts een uur geleden dat ik op vrijdagmiddag mijn werk verliet. 'Joeheee weekend', dacht ik nog. Ik hou van mijn werk. Geen discussie daarover. Maar ik hou ook van het weekend. Tijd voor mezelf en mijn dierbaren. Iedere vrijdag sluit ik samen met mijn collega’s af. Ongeduldig worden jassen aangetrokken en tassen gepakt. Collegiaal wacht iedereen op elkaar en sluiten we samen de deuren. Nog een laatste controle-ronde door het pand, lichten uit en het alarm aan. Als koeien die staan te dringen voor de staldeur, smachtend naar het groene gras en de voorjaarszon na een lange koude winter op stal, stormt iedereen naar buiten. Een vrolijk ‘fijn weekend’ roepend onderweg naar auto of fiets. Ik geniet van de uitgelaten stemming, kijk ze lachend na en loop ook naar mijn fiets. Ik fiets door de rustige straten de acht kilometer naar huis. Elektrisch gelukkig. Mijn knieën zijn geen twintig meer. Bij thuiskomst is manlief bezig met het verbouwen van het toilet. Het stof ligt door het hele huis. Niets aan te doen, morgen maar weer schoonmaken. Zaterdagochtend ga ik energiek aan de gang. Het gaat lekker en het wordt weer heerlijk schoon. Als beneden klaar is, komt een vriendin een kopje koffie drinken. Daarna weer door met de badkamer, het beddengoed en strijken. Tegen het einde van de middag is het huis weer aan kant en de boodschappen gedaan. Zoonlief komt langs en samen kijken we op de laptop naar een filmpje over zijn gewenste master-opleiding. Andere zoonlief en vriendin komen ook nog even. De wijn gaat open en we hebben een heerlijke gezellige dag en avond gehad. Was je met tellen ook al boven de één bezoeker per dag gekomen? Bijna alleen familie, vergoelijk ik. Zondagochtend word ik wakker met knallende hoofdpijn. Die had ik zaterdag eigenlijk al, maar met paracetamol en actief bezig blijven had ik die geblokt uit mijn bewustzijn. Nu niet meer. Knallende koppijn. Ik ben er neerslachtig van. Dat ben ik hoogst zelden, dus het valt op. Eigenlijk ben ik al een paar weken neerslachtig. Ik ben mijn levenslust ergens kwijt geraakt. Is het een gevolg van alle corona-maatregelen? Komt het door de lange winter of heeft het te maken met het overlijden van mijn moeder? Ik weet het gewoon niet. Misschien alles. Een paar jaar geleden heb ik een lezing bijgewoond van psycholoog Martin Appelo. Hij had het over de “tafel van psychisch welbevinden”. Het resultaat van onderzoek naar de psychische componenten van geluk en welbevinden. Dit blijkt de optelsom van vier factoren (tafelpoten). Namelijk autonomie, sociale steun, zingeving en zinvolle dagbesteding. Deze vier factoren zorgen voor stabiele poten onder de tafel van ons psychische welzijn. Als ik me niet lekker in mijn vel voel, waar schort het dan aan? Ik ga één voor één de poten van de tafel langs. Autonomie? Die heb ik. Ik ben vrij om te doen en laten wat ik wil. Nou ja, in grote lijnen dan. Corona zit me wel een beetje in de weg, maar met het voorjaar in aantocht hoop ik op meer vrijheid. De volgende poot: Sociale steun. Die heb ik ook. Ik heb een lieve man, geweldige zonen en schoondochters, een warme band met mijn broer en zus en heel veel fijne vrienden en collega’s. Zinvolle dagbesteding dan? Heb ik ook. Iets meer dan me lief is soms, maar ik werk vijf dagen per week in een leuke en passende functie en met hele fijne collega’s. Zingeving? Hmmm, daar moet ik even over nadenken. Mijn kinderen zijn volwassen. Mink, de hond, is overleden. Mijn ouders ook. De opvang van weeskittens kan momenteel niet door mijn drukke baan. Ik mis het “zorgen voor”. Ook al werk ik in de zorgsector. Het is anders. Ik wil direct zorgen. Het verschil maken. En tegelijkertijd ben ik ook blij dat ik het niet meer hoef. Dat ik op de bank kan zitten zonder dat mijn moeder belt omdat ze altijd eenzaam is, zonder dat de hond me aankijkt omdat ze naar het bos wil, zonder kittens die schreeuwen om een fles melk. Ik weet het niet. Ik wacht gewoon maar even af. Misschien gaat het over als we onze corona-bewegingsvrijheid terug hebben. Misschien gaat het dan beter. Misschien is het bij mij niet de tafelpoot van Zingeving die wankelt, maar de poot van Autonomie. Wankelen doet het, maar ik heb vertrouwen dat het evenwicht ook weer teruggevonden zal worden. Niet alleen door mij, maar ook door alle anderen die worstelen met de gevolgen van corona, ook door de jeugd met toekomstdromen, ook door de ondernemers en ook door de overbelaste zorg. Fingers crossed.

62 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven

De keerzijde