• Jorinde

Arachnophobia


Het is herfst. De warme zomer hebben we achter ons gelaten en het is weer tijd voor regen, vallende bladeren, koude nachten en stormachtige taferelen. In de ochtenddauw zie je de spinnenwebben zachtjes schitteren in het bleke licht. Ware kunstwerken zijn het. Maar of ik er ook blij mee ben is een tweede. Al vanaf mijn prilste jeugd ben ik doodsbang voor spinnen. Liggend in mijn kinderbed wist ik zeker dat ergens in een hoekje, een klein harig monster snode plannen zat te smeden. In het donker zou hij (of zij) een aanval doen op … Ja, op wat eigenlijk? Mijn gezicht? Mijn oren? Geen idee waar ik precies bang voor was. Wat ging hij nou eigenlijk doen wat zo vreselijk bedreigend was? Misschien zich verstoppen in een toevallige holte en me dan bijten? Mijn kinderkamer werd door mijn vader altijd zorgvuldig spinvrij gemaakt. In mijn vroege volwassenheid werd het niet beter. Ik weet nog dat mijn beste vriendinnetje Loes bij mij bleef slapen. Eenmaal in bed gestapt en met het licht nog aan zagen we dat een grote zwarte huisspin over de vloer van de ene kant naar de andere kant rende. Gillend zat ik op het bed. Ik zou nooit meer kunnen slapen. En al helemaal niet toen zij mij droog mededeelde dat spinnen, vooral deze zwarte jagers, altijd met zijn tweeën zijn. Ze gaf het beestje zelfs een naam, Henry. Ik kreeg bijna een hartstilstand bij de gedachte aan een tweede exemplaar. Als ik daarna ooit weer een zwarte huisspin zag, was ik meteen op zoek naar de tweede. Want de eerste spin

zág ik. Ik kon zien wat hij deed. Maar waar was nummer twee? Van welke kant zou de aanval komen? Ik weet het, het klinkt vreselijk overdreven, maar voor mij was dit echt een wezenlijke angst. Toen begin jaren negentig de film Arachnaphobia verscheen, zijn mijn leeftijdgenoten enthousiast naar de bioscoop vertrokken, maar ik bleef thuis. Ik kon zelfs geen tijdschrift vasthouden waar een plaatje van een spin op afgebeeld was. Het idee dat mijn vingers dat papier vast zouden houden, bezorgde me rillingen. Geen spin werd toegelaten in huis. Manlief zorgde dat deze voorzichtig buiten werd gezet, Maar als ik alleen thuis was en een spin in huis tegenkwam, pakte ik de stofzuiger en zoog hem op. Ik wist dat het wreed was, maar de angst was sterker dan ik. Dus eigenlijk doodde ik een levend wezen uit angst. Dat lijkt me overigens een goede gedachte om eens uit te werken met het oog op oorlogen en racisme, homohaat, de onderdrukking van vrouwen en wat al niet meer. Maar dat is voor een andere keer. Naarmate ik ouder werd, vond ik dat ik dat ik echt moest leren om hier anders mee om te gaan. Een bezoek aan De Oliemeulen in Tilburg bracht een belangrijke verandering teweeg. Ik mocht een vogelspin vasthouden. Een slang mocht ook, maar vreemd genoeg heb ik daar geen enkele angst voor. Net zoals muizen op mijn volledige sympathie mogen rekenen. Manlief en ik hebben zelfs ooit in een appartementje gewoond waar een serieuze muizenplaag heerste. Afkomstig uit het naastgelegen restaurant dat plotseling gesloten was. De muizen waren wanhopig op zoek naar eten en kwamen bij ons uit. Ze zaten overal. Ze kropen door het rubber van de koelkastdeur, ze renden ’s nachts over ons bed en door de kamer. De vogel die we hadden veranderde in een angstig beestje omdat ze via de muur in zijn kooi kwamen om zijn voer op te eten. Maar muizen doen me niets. Ik vind ze zelfs wel schattig. Slangen vind ik niet schattig, maar ik ben er ook niet bang voor. En ook dat weet ik uit ervaring. Terug naar de vogelspin. Ik mocht hem vasthouden. De begeleider was in het bezit van zijn reanimatiediploma, zo verzekerde hij me, dus ik durfde het aan. Zijn handen vlak onder de mijne zodat ik de spin niet zou laten vallen en pijn zou doen. Het was een verhelderende ervaring. De pootjes van de spin voelden als de kussentjes van kattenpootjes op mijn hand. Zacht en voorzichtig. Niet te lang, maar ik had het gedaan en vanaf dat moment werd mijn angst voor spinnen minder. Afgelopen week droomde ik over gigantische spinnen. De grootte van honden zeg maar. Er waren kleinere gedrongen grijze spinnen bij, maar ook wat grotere met sierlijke pootjes. In mijn droom keek een spin met dunne instabiele pootjes naar me op. Het kopje veranderde in het kopje van een reeënkalf en met grote zwarte onschuldige ogen keek ze me vol vertrouwen aan. Ik werd wakker, maar het liet me niet meer los. Ik weet dat ik nooit meer een spin kan doden, ik zal altijd dat kopje en die ogen voor me zien. Ik denk aan een spreuk die ik ooit heb gelezen: “What if the spider you killed in your room had spent his entire life thinking that you were his roommate”….

47 keer bekeken1 reactie
This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now