• Jorinde Huibers

Voltooid verleden 2


Onherroepelijk kwam het moment waarop hij zijn laatste adem uitblies. We hadden al gevoeld dat het moment naderde. Hij moest gaan. De laatste dagen waren vreselijk geweest. “Palliatieve sedatie. De humane manier”, zeiden ze. Het was vreselijk geweest. Het lukte maar niet om hem voldoende in slaap te houden. Steeds opnieuw moesten de doseringen morfine en dormicum verhoogd worden, maar steeds bleek het onvoldoende. Zijn gekwelde en verstoorde gezichtsuitdrukking liet een verontrustende indruk bij ons achter. Het viel niet mee. Op dag twee van deze kunstmatige coma liep ik zijn kamer in en schoot zijn oog open. “Papa kun je me horen?” vroeg ik nog. Hij tilde zijn arm op. Overstuur belden we weer het medische team. Gooi verdomme de doseringen omhoog. Hij verdient het om rustig te sterven. Doe hem dit niet aan. Ze deden wat ze konden, maar rust heeft hij niet gevonden in die laatste dagen. Zijn pijnlijke en kommerlijke ziekbed duurde voort. Hij heeft alle pijn en ongemakken met waardigheid gedragen. Maar zijn lichaam voerde een eigen gevecht. Hij verloor de controle over zijn lichaamsfuncties. Niets bleef hem bespaard. Maar waardig wilde hij sterven. En wij wilden dat voor hem. We hebben ons best gedaan. Ik gunde hem ontspanning en overgave, een rustig en sereen heengaan. Het lukte niet. Tot op het laatst was er onrust. Hij lag daar, breekbaar en uitgemergeld. Hij leek nauwelijks nog op mijn vader. Kanker had hem van binnen kapot gemaakt en opgevreten. Zijn laatste ochtend waren we allemaal bij hem. We wisten dat het moment ging komen. Hij bleef fronsen en onrustig trekken met zijn gezicht. Ik heb stil naast zijn bed gezeten en zacht voor hem gezongen. Met mijn duim probeerde ik voorzichtig de frons van zijn voorhoofd weg te aaien. Door het raam zag ik de zon onverminderd schijnen in een ongekend mooie zomer. Niet veel later werd zijn adem onregelmatig. We waren allemaal bij hem toen hij zijn laatste adem uitblies. Zoals zo vaak had ik zijn hand vast. Hij ademde nog een keer uit en ik voelde dat zijn hartslag was gestopt. Ik verstarde met zijn hand in de mijne. Als ik zijn hand los zou laten, was ik hem kwijt. Dan was het definitief. Verstijfd bleef ik zitten. Ik voelde twee handen op mijn schouders, heel zachtjes werd ik omgedraaid en moest zijn hand loslaten. Mijn stiefzusje ving me op en vanuit het diepste van mijn ziel kwam een oergevoel van wanhoop naar boven. Het geluid dat ik maakte was geen huilen of schreeuwen. Het was het geluid van diepe wanhoop en ontreddering. We hadden op dit moment gewacht, we hadden het gevreesd en we hadden er zelfs op gehoopt zodat hij eindelijk verlost zou zijn. Vrij. De dagen erna waren intens verdrietig. Maar ook mooi. Zoveel mooie momenten met elkaar. Met mijn vader. Ik hielp bij het balsemen, bij het opbaren en in de kist leggen. Het was het laatste dat ik voor hem kon doen. Ik had in de weken ervoor geprobeerd zoveel mogelijk mooie momenten met hem te beleven. Ik had er zo weinig uit het verleden en had het zo nodig om dit te voelen. Ik voelde heel duidelijk hoeveel hij van me gehouden had en ik van hem. We hielden elkaars hand vast en hij beloofde me dat te zullen blijven doen. Ook als hij er niet meer was. Het was een paar weken na zijn overlijden dat ik wakker werd en voelde hoe hij op de rand van mijn bed zat. Hij hield mijn hand vast. Dat moment zal ik nooit vergeten. Mijn zus vertelde dat hij ook bij haar was geweest. Ze hadden samen mooie herinneringen opgehaald. Ik bedacht dat ik dat ook graag had gedaan, maar die hadden mijn vader en ik nu eenmaal niet zoveel. Alleen van heel vroeger en van de laatste paar jaar. Wat wij wel hadden was een groot geheim dat alleen wij werkelijk kenden en dat is hoe groot onze liefde voor elkaar eigenlijk was.


47 keer bekeken
This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now